DeFagus sylvatica 'Atropurpurea' is een tot een forse, bladverliezende, zuilvormige boom uitgroeiende plant. De eerste bruine beuken werden omstreeks 1680 gevonden in en bos in Zwitserland. Houdt van een kalkrijke grond ! Hij vormt een brede, hoge boom van 25-30 m hoog. De typische, dicht en laag vertakte habitus is een majestueuze verschijning in zomer en winter. De bladeren staan verspreid, op afstaande takken min of meer tegenoverstaand, zijn eirond, 5-10 cm lang, bruinachtig tot purperkleurig, met gegolfde bladrand. De bladeren lopen vroeg uit en zijn dan helder purperbruin. Jonge boompjes blijven vaak de hele winter hun bladeren behouden. De mannelijke bloemen die als kogelronde toefjes aan lange stelen hangen, zijn van belang als stuifmeelbron voor bijen. De zaden zijn eetbaar en kunnen heel goed in een koekenpan met suiker gebakken worden. Als kleine jongen heb ik wel beukenootjes gegeten, ze hebben inderdaad een specifieke smaak.
cover van een album met gedichten van Bashar al-Budr
bijzondere blauwe druifjes
Gebruik:
Het zijn bomen voor bossen, parken en, voorzover als laanboom gebruikt, brede, open groenbermen. Bovendien is dit als struik een ideale haagplant. Het blad blijft vaak in de winter aan de struiken als een natuurlijke bescherming tegen zonnebrand. De gewone beuk vraagt een kalkrijke, bij voorkeur vochthoudende maar toch goed doorlatende, humusrijke, leemachtige bodem, die goed doorwortelbaar moet zijn. Zware klei, arme droge zandgronden en natte veengronden met hoge grondwaterstand zijn voor beukenaanplant ongeschikt. Grote, blijvende veranderingen in de grondwaterstand en plotselinge veranderingen in de bodemgesteldheid veroorzaken vaak dat oudere beuken snel afsterven. Het gaat dan bijvoorbeeld om cultuurtechnische maatregelen of om wateronttrekking in nieuwe waterwingebieden. In de eerste 30 levensjaren is het schaduwverdragend vermogen groot. Op oudere leeftijd heeft de beuk echter het volle licht nodig. Zelf geeft de beuk een diepe schaduw. De schors is glad, grijzig en vrij dun.